Diversiteit

TOF ziet diversiteit als een breed spectrum, waarin het belangrijk is dat elk aspect van diversiteit aandacht krijgt én blijft krijgen. Diversiteit in de curricula en in de demografie van de faculteit zijn essentieel voor kwalitatief goed onderwijs. Er moet op de Faculteit onder andere structureel aandacht worden besteed aan problemen omtrent huidskleur, etniciteit, gender, seksualiteit en niet-westerse  perspectieven in de curricula. TOF wil dat diversiteit in de uitvoering en communicatie worden gegrond in dekolonisatie, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid in het implementeren van beleid en de communicatie binnen de faculteit. Naar aanleiding van de Maagdenhuisbezetting in 2015 is in 2016 het diversiteitsrapport “Diversiteit is een werkwoord” in opdracht van de UvA opgesteld. TOF is van mening dat alle aanbevelingen uit dit rapport zo snel mogelijk  geïmplementeerd moeten worden op zowel de FGw als op de hele UvA. Om individuele studenten te helpen, moet de Faculteit der Geesteswetenschappen een representatieve ombudsman instellen om te fungeren als meldpunt voor racisme, seksisme en andere vormen van uitsluiting.

Verder is het belangrijk dat de facultaire Diversity Officer (DO), die zich op beleidsmatig vlak bezighoudt met diversiteit,  genoeg uren krijgt om de taken uit te voeren—en dus niet maar 8 uren. Momenteel is één van de leden van het Faculteitsbestuur de Facultaire Diversity Officer aan de FGw. TOF vindt dat de Diversity Officer geen lid moet zijn van het Faculteitsbestuur en is bovendien van mening dat het ook niet iemand hoeft te zijn uit het bestaande personeelsbestand aan de UvA. Liever zien wij dat de DO een persoon is die voldoende kennis heeft op het gebied van dekolonisatie en diversiteit binnen een organisatie en bij voorkeur iemand uit een gemarginaliseerde groep, bijvoorbeeld een persoon van kleur of een transpersoon. TOF gelooft dat iemand met dergelijke “lived experience” beter in staat zal zijn een diversiteitsbeleid vorm te geven. Om goed beleid te voeren op diversiteit is het cruciaal dat er input wordt gevraagd van ervaringsdeskundigen, zo kunnen bijvoorbeeld groepen als University of Colour en Diversity Forum betrokken worden bij het vormen van het beleid. TOF zal zich ook inzetten voor een Facultaire Studentenraad (FSR) die advies vraagt aan deze groepen.

Het is belangrijk dat de opleidingen en opleidingscommissies erop toezien dat studenten zich bewust worden van het perspectief waar vanuit ze  wetenschap beoefenen. Via curriculumscans kan bovendien worden gezorgd dat de curricula worden gedekoloniseerd. TOF gelooft dat veel van de curricula aan de faculteit minder eurocentrisch moeten worden. Er moet bovendien duidelijk gecommuniceerd worden naar (internationale) studenten wat de focus van verschillende curricula is. Hoewel de faculteit zo veel mogelijk initiatieven van bottum-up dient te stimuleren en faciliteren als het gaat om diversiteit, mag dit geen excuus zijn om niet zelf initiatief te nemen. Waar opleidingen het zelf nalaten plannen te maken, dient de faculteit een pro-actieve houding aannemen.

De faculteit dient kritisch te kijken naar de samenstelling van sollicitatiecommissies en het algehele personeelsbestand. Docenten en personeel met een minderheidsachtergrond dienen proactief geworven te worden, met een quotasysteem om deze toezegging te waarborgen. Ook in werving van studenten is veel ruimte voor verbetering: door te werven bij een breder scala aan middelbare scholen. Een meer diverse omgeving komt immers ook het onderwijs ten goede. Ook is het belangrijk dat de Faculteit kritisch kijkt naar de eigen communicatie. Deze kan inclusiever zijn door bijvoorbeeld woorden als ‘hij’/’zij’ te mijden en eventueel te vervangen door neutrale voornaamwoorden zoals ‘zij’/’hen’. TOF wil dat er een genderneutrale WC beschikbaar is op iedere verdieping van FGw gebouwen en dat er naast man/vrouw een extra optie op inschrijfformulieren komt. Hiernaast zal TOF pleiten voor een facultaire nieuwsbrief waar personen van verschillende achtergronden aan het woord komen.

Diversiteit is een onderwerp dat de UvA volgens TOF zowel op centraal als op facultair niveau zou moeten aanpakken. Op dit punt is veel te winnen: de studentenpopulatie van de UvA reflecteert momenteel niet de diversiteit van onze maatschappij. Naast diversiteit in mensen, pleit TOF ook voor meer gedekoloniseerde curricula. Op het gebied van diversiteit dienen op centraal niveau de volgende maatregelen te worden gerealiseerd:

  • De diversity officers moeten meer uren voor hun taak krijgen. De UvA zou hier van centraal niveau een geoormerkt budget voor aan de faculteiten moeten geven.
  • De gehele UvA moet breder studenten en docenten gaan werven. Hiervoor kunnen bureaus worden ingeschakeld die gespecialiseerd zijn in bredere sociaal-economische werving. Dit proces moet transparant zijn, met een open sollicitatie voor de vacature, voorgestructureerd met een werkgroep
  • De gehele UvA moet een meer diverse groep studenten werven, bijvoorbeeld door langs te gaan op meer verschillende middelbare scholen of een groter aanbod aan beurzen te hebben.

Studeren met een functiebeperking

Uit de enquête die de FSR in 2017 afnam bij studenten met een functiebeperking is gebleken dat deze groep slecht gehoord wordt. TOF vindt daarom dat alle aanbevelingen die volgden uit deze enquête gevolgd moeten worden door het bestuur.

Om te beginnen zou er betere informatievoorziening moeten zijn omtrent studeren met een functiebeperking, omdat studenten nu vaak niet weten bij wie ze met hun klachten terecht kunnen. Om te voorkomen dat studenten van het kastje naar de muur worden gestuurd, pleit TOF voor het aanstellen van een disability officer die voldoende kennis en bevoegdheden heeft om studenten met een functiebeperking verder te helpen. Om continuïteit van de begeleiding te garanderen, moeten studenten zo veel mogelijk kunnen werken met één vast contactpersoon. Ook moet het voor studenten makkelijker worden speciale voorzieningen aan te vragen. TOF wil dat de facultaire Diversity Officer extra aandacht besteedt aan studenten die een functiebeperking hebben.

Bij de bouw van de nieuwe binnenstadscampus is er veel te winnen als het gaat om studenten met zowel een fysieke als een mentale functiebeperking. TOF vindt dat er bijvoorbeeld genoeg liften, weinig tapijt en voldoende stilteruimtes moeten komen in de nieuwe en opgeknapte gebouwen.

Om de begeleiding van studenten met een functiebeperking te verfijnen, is het volgens TOF essentieel goed te luisteren naar studenten die op dit gebied ervaringsdeskundigen zijn. TOF vindt daarom dat het disability platform structureel betrokken moet worden bij het beoordelen van toegankelijkheid binnen de plannen van de FGw. Ook is TOF van mening dat er in de scholing van docenten aandacht moet zijn voor de omgang met studenten met een fysieke of mentale beperking.

Mentale gezondheid

TOF neemt een proactieve houding in voor het doorbreken van het taboe rondom mentale gezondheid. Studenten zouden mentale problemen niet zelf moeten oplossen, maar dienen geholpen te worden door de Faculteit. Om de prestatiedruk voor studenten te verminderen, zou de faculteit minder moeten focussen op excellentie en de nadruk meer moeten leggen op motivatie dan op cijfers.

Het is belangrijk dat studenten weten waar ze terecht kunnen met hun klachten omtrent mentale gezondheid. Problemen van studenten moeten serieus genomen: er moeten genoeg personen zijn met wie studenten hierover kunnen praten. Het is belangrijk dat de FGw niet alleen oog heeft voor fysieke, maar ook voor mentale functiebeperkingen van studenten. Omdat mentale problemen doorgaans minder zichtbaar zijn, ligt op het bespreken van dergelijke problemen vaak een taboe. TOF wil dat de FGw een omgeving wordt waar problemen omtrent mentale gezondheid serieus worden genomen en waar studenten zich hierin gesteund voelen. TOF is voorstander van het decentraliseren van studentenpsychologen. Studieproblemen en persoonlijke problemen kunnen beter op facultair niveau worden opgepikt en problemen verschillen eveneens per faculteit. Daarbij moet het makkelijker worden in contact te komen met een studentenpsycholoog en moeten de wachtlijsten worden verkort. Daarom is TOF van mening dat de FGw zelf mentale gezondheidszorg moet aanbieden om studenten zo goed mogelijk te ondersteunen.

Studiebegeleiding

Het is voor alle studenten belangrijk dat zij aan de UvA goed begeleid worden. TOF vindt dat de Faculteit meer studieadviseurs moet aannemen die toegankelijker moeten zijn voor studenten. Momenteel zijn er vaak te lange wachttijden voor studenten om het over hun studievoortgang te hebben. TOF is verheugd dat het aantal uren (fte) voor studieadviseurs is verhoogd als gevolg van het werk van de FSR. Als drempels om studieadviseurs, studentenpsychologen en tutors te bezoeken verlaagd kunnen worden, is dat een goede zaak.

TOF gelooft daarnaast dat het huidige tutorsysteem op onze faculteit niet naar behoren werkt. Na de bezoeken in het eerste jaar worden tutoren vaak niet meer geraadpleegd. Dit komt of omdat tutoren geen afspraken meer maken of omdat studenten tutorgesprekken als een verplichting zien en niet als een moment van reflectie. Op deze manier wordt geen gebruik gemaakt van de potentiële hulp die tutoren kunnen bieden en is bovendien niet conform de OER. TOF is daarom voorstander van het fatsoenlijk implementeren van de OER of het onderzoeken van andere mogelijkheden voor de organisatie van het tutorsysteem, zoals het gebruik van een studententutoren.

Corona

De coronacrisis is voor ons allemaal een uitdaging en de Faculteit der Geesteswetenschappen is daarop geen uitzondering. TOF is blij dat de BSA-voorwaarden vorig  jaar niet golden en dit jaar zijn versoepeld, en dat studenten dus niet bang hoeven te zijn dat ze moeten stoppen met hun studie vanwege corona. Op een faculteit als de onze is fysiek onderwijs heel belangrijk. TOF hoopt dan ook dat hoorcolleges en werkcolleges weer op locatie gehouden kunnen worden zodra het RIVM dit verantwoord acht, zeker gezien de tijd waarin studenten online onderwijs hebben moeten volgen. Mocht online onderwijs de enige optie zijn, dan moet de Faculteit des te meer haar best doen om de kwaliteit van dit onderwijs te waarborgen. Hiernaast moet het digitale onderwijs dat de afgelopen semesters heeft plaatsgevonden geëvalueerd worden. In de toekomst moet het besluit om het onderwijs online te houden door de faculteit, en niet centraal, gemaakt worden. De Facultaire Studentenraden zouden adviesrecht moeten hebben bij deze besluiten.

Onze faculteit moet haar uiterste best doen om te voorkomen dat studenten studievertraging oplopen door corona. Studenten die toch vertraging oplopen door de huidige crisis moeten zo goed mogelijk ondersteund worden door de faculteit. De faculteit moet rekening houden met de problemen die studenten kunnen ervaren met betrekking tot het thuiswerken. Zo ondervinden veel studenten door de pandemie problemen met hun mentale gezondheid, maar ook wat betreft toegang tot goed werkende computers of goed werkend internet. De faculteit moet in het gebruik van digitale oplossingen, zoals online hoorcolleges, altijd rekening houden met eventuele problemen omtrent toegankelijkheid. TOF is dan ook tevreden met het feit dat studenten gebruik mogen maken van het beperkte aantal studieplekken. 

Privacy,  proctoring en digitalisering

TOF wil dat de Faculteit der Geesteswetenschappen transparant is over haar privacyreglement, de verwerking van persoonsgegevens, haar protocol voor gegevensbescherming en haar plannen voor digitalisering. Het is van het grootste belang dat studenten geïnformeerd worden over de manieren waarop de faculteit de privacy en gegevens van haar studenten beschermt.

TOF betreurt het dat de coronacrisis heeft geleid tot een afname in privacy van studenten, zoals het geval bij proctoring. Daarnaast kan proctoring leiden tot mentale gezondheidsproblemen. Studenten kunnen meer stress ervaren door het gevoel dat ze in hun eigen huis intens worden gemonitord of als ‘fraudeur’ zullen worden aangemerkt als ze tijdens het examen bijvoorbeeld technisch problemen ondervinden. Dit jaar hebben onze vertegenwoordigers met succes gestreden voor het verbieden van proctoring aan de faculteit voor dit jaar en het komende jaar. Dit maakt ons de eerste en enige proctoringvrije faculteit aan de UvA. TOF zal blijven strijden voor privacy van studenten en tegen proctoring. 

TOF is van mening dat de focus in het onderwijs nooit op digitalisering zou moeten liggen, alleen in sommige uitzonderlijke gevallen is het wel van belang om terug te kunnen vallen op digitale middelen. Verder vindt TOF dat digitalisering binnen de geesteswetenschappen zorgvuldig begeleid zou moet worden door studenten om ervoor te zorgen dat praktijken zoals proctoring, die mentale gezondheid kunnen schaden, niet genormaliseerd worden.